ICT-integratie in het basisonderwijs


Leertheorieën en leerstijlen

1. Leertheorieën

Als school denk je na over het onderwijs dat je aanbiedt.
Globaal gezien onderscheiden we volgende typen:

1.1 Behavioristische leertheorieën

Onderwijs is een omgeving waarin het gedrag van de leerling via positieve en negatieve stimuli wordt beïnvloed.
De respons volgt direct na de stimulans: directe feedback. 
Deze feedback kan positief zijn (happy smiley), maar ook negatief (straf of onthouden van een compliment).
Natuurlijk is positieve feedback te prefereren.

1.2 Cognitieve leertheorieën

Het leren is een proces waarbij in de hersenen opgeslagen informatie toegepast kan worden in daarop volgende situaties. Hierdoor ontstaat kennis.

Brunner (1915): de leerling reageert actief op prikkels uit de omgeving, slaat die op en bewerkt deze voor later gebruik. De leerling moet gestimuleerd worden om actief en zelfontdekkend met leerstof om te gaan.

Ausubel (1918-2010): het onderwijs moet de leerlingen begrippen, regels, principes en vaardigheden aanleren. Dan krijgen ze greep op de omgeving. Er kan ontvangend (= hapklare brokken) of ontdekkend (= zelf het belangrijkste uit de leerstof halen) geleerd worden: betekenisvol leren.

Gagné (1916-2020): leerproces is opgedeeld in verschillende fasen

  • aandacht richten,
  • informatie geven
  • activeren van voorkennis
  • nieuwe inhouden aanbieden
  • begeleiding van het leren
  • feedback geven
  • leerprestaties meten
  • toepassen in nieuwe situaties bevorderen

1.3 Contructivistische leertheorieën

Het leren wordt meer en meer gezien als een sociaal en actief proces van kennisverwerving. Leren is een proces van contructie, waarbij de lerende actief, binnen een sociale omgeving en op basis van eerder verworven kennis, betekenis toekent aan nieuwe informatie.

  • Leren vindt interactief plaats tussen leerling, leerkracht en leerstof.
  • Leerlingen leren beter door eigen leerdoelen te stellen.
  • Leerlingen leren door leerstof aan elkaar te presenteren en uit te leggen.
  • Het activeren van bestaande voorkennis maakt leren effectief.
  • Leren dient plaats te vinden binnen betekenisvolle en realistische concepten.
  • Leren dient uitdagend en uitnodigend te zijn.
  • De leerkracht dient het onderwijsproces te faciliteren (op maat van de leerling).

2. Leerstijlen

Actieve werkvormen werken niet zomaar voor iedereen. De leerstijl van een leerling kan erg verschillen. Een leerstijl is een beschrijving van de attitudes en gedragingen die bepalen welke voorkeurmanier van leren iemand heeft. Enkele bekende indelingen zijn:

2.1 Kolb: indeling in 4 stijlen

  • Doeners: (hands-on leren)
  • Waarnemers: observeren en leren
  • Nadenkers: observaties vertalen hypothesen en theorieën, werken graag zelfstandig
  • Toepassers: experimenteren actief, nemen initiatief, gaan probleemoplossend te werk, functioneren optimaal bij beknopt geformuleerde leertaken

2.2 Dunn&Dunn: leerstijlinventaris

  • Leeromgevingsvoorkeuren: omgeving, geluid, licht, temperatuur,...
  • Emotionele voorkeuren: motivatie, verantwoordelijkheid,...
  • Sociologische voorkeuren: leeftijdsgenoten, ouders, leerkrachten,...
  • Fysieke voorkeuren: voeding, tijd, beweging,...
  • Psychologische voorkeuren: welbevinden, impulsiviteit, reflectie,...

2.3 Gardner: meervoudige intelligentie

  • Verbaal/linguïstisch: lezen, schrijven, luisteren, spreken
  • Logisch/mathematisch: informatie classificeren, verbanden leggen, experimenteren, berekenen
  • Visueel/ruimtelijk: visuele ondersteuning van de leerstof, ontwerpen graag, collages, werkstukken
  • Muzikaal/ritmisch: sterk muzikaal gevoel, musiceren, zingen, gebruiken graag ezelsbruggetjes
  • Lichamelijk/kinesthetische: sterk ontwikkelde motoriek en oog- handcoördinatie, houden van lichaamstaal
  • Interpersoonlijk: samenwerken, leren best door sociale interactie
  • Intrapersoonlijk: nadenken, leren op basis van stemmingen, herinneriingen, waarden en fantasieën
  • Naturalistisch: gevoelig voor de natuur, ecologie, oog voor detail, goed zicht op overeenkomsten en verschillen

2.4 Vermunt: leerstijlen bij studeren

  • Betekenisgericht: verbanden zoeken, structuur aanbrengen, leren uit persoonlijke interesse
  • Reproductiegericht: uit het hoofd, veelvuldig herhalen, cijfers behalen
  • Toepassingsgericht: leerstof in praktijk toepassen, gericht op het later beroep
  • Ongericht: kunnen leren moeilijk sturen, weinig houvast aan aanwijzingen, werken graag samen, onzekerheid over opleiding

 

| Copyright © 2017 Lucien Hermans | All Rights Reserved |