ICT-integratie in het basisonderwijs




2         Wat is digitale didactiek

pencil3b  Digitale didactiek is een begrip dat steeds meer te vinden is in het onderwijs. De door Robert-Jan Simons gehanteerde definitie 'Digitale didactiek is de kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het faciliteren van het leren' geeft een eenvoudige maar heldere uitleg aan het begrip digitale didactiek.

Digitale didactiek houdt niet per definitie in dat ICT de rol van de leerkracht gaat vervangen of dat er op een ouderwetse manier les gegeven gaat worden met behulp van de computer. Bij digitale didactiek gaat het voornamelijk om het inzetten van ICT om bepaalde leeractiviteiten beter maar ook effectiever te kunnen organiseren. Hierbij kan de winst niet alleen aan de kant van de leerling gelegd worden maar ook aan de kant van de leerkracht.

Binnen het onderwijsconcept van het “Natuurlijke Leren” wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van verschillende didactische mogelijkheden om de leerlingen zelf actief bezig te laten zijn met de inhoudelijke stof en het verwerven van hun competenties (kennis en vaardigheden). Ook binnen het basisonderwijs wordt er steeds meer gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de digitale didactiek ons biedt.

De hoogleraar Robert-Jan Simons onderscheid zeven pijlers van de digitale didactiek:

  • relaties leggen;
  • creëren;
  • naar buiten brengen;
  • transparant maken;
  • leren leren;
  • competenties centraal stellen;
  • flexibiliteit.

2.1       Relaties leggen

i682 De inzet van ICT vergemakkelijkt het leggen van relaties. Hierdoor is het eenvoudiger contacten met andere te leggen maar ook een groot aantal bronnen en experts te raadplegen. Ook kunnen leer/werkgemeenschappen (groepswerk, partnerwerk,...) de leerprocessen op een eenvoudige manier goed ondersteunen. Hierbij kan gedacht worden aan communicatie tussen leerlingen en leerkrachten of mensen uit een bepaalde beroepsgroep rond het onderwerp waar ze mee bezig zijn. Ook de communicatie onderling tussen de leerlingen moet niet vergeten worden. Met behulp van deze communicatie kunnen leerlingen elkaar helpen met problemen en vragen naar elkaar ook van feedback voorzien.

Dankzij de communicatiemogelijkheden via het internet is het eenvoudiger geworden om in contact te komen met maatschappelijke organisaties en deskundigen. Dankzij deze informatiebronnen is het mogelijk om losser van het boek de leerstof aan te bieden.

2.2       Creëren

i682 Met behulp van de digitale didactiek vergaren leerlingen nieuwe kennis. De lerenden worden actief betrokken bij het leerproces en dus bij het verwerven van hun kennis. De lerende leert door bijvoorbeeld een vraagstuk op te lossen door middel van een simulatie of een onderzoek. Dit kan alleen maar ook met anderen gedaan worden. Doordat de leerling hier zelf actief mee bezig is in eventuele combinatie met anderen, wordt er een hogere efficiëntie bereikt van het leren.

De leerpiramide van Bates laat zien dat het zelf actief verwerven van kennis een hogere efficiëntie heeft dan het laten luisteren naar een college. Volgens de leerpiramide van Bates heeft een gegeven college (leerkracht vertelt of leest voor) maar een gemiddelde retentie van wat onthouden wordt van 5% is. Een actievere werkvorm, waar de leerling zelf de kennis verwerft, geeft een retentie van 80%.

Naast het feit dat kennis verwerven effectiever is, is de kennis ook flexibeler in gebruik. Hierdoor wordt deze beter inzetbaar in andere situaties maar ook bij andere vakken. Naast het verwerven van deze kennis wordt, in het geval van een samenwerking, ook gewerkt aan het verwerven van meer sociale competenties.

2.3       Naar buiten brengen

i682 Als een lerende een eindproduct naar buiten brengt (bvb presenteren voor de klas) is hij meer gemotiveerd om een goed eindproduct te leveren. Hiermee gebruikt hij zijn nieuw verworven kennis niet alleen zelf maar ook met anderen. Het naar buiten brengen van de producten kan gedaan worden binnen een klas maar ook wereldwijd door gebruik te maken van het World Wide Web. Een bijkomend voordeel hiervan is dat het product of resultaat gebruikt kan worden in andere (vervolg) opdrachten voor de lerende zelf of voor anderen.

2.4       Transparant maken

i682 Met ICT wordt het beter mogelijk gemaakt om denk- en samenwerkingsprocessen voor anderen inzichtelijk te maken, doordat digitaal overleg op een makkelijke manier opgeslagen kan worden zodat dit op een later moment bekeken en geanalyseerd kunnen worden. Hiermee leren de deelnemers van het proces van de projecten en de samenwerkingsverbanden. Er kan gekeken worden of de lerenden zelf initiatieven aandragen en hoe ze op elkaar reageren. Als er zich problemen voordoen in het samenwerkingsproces kan hiermee ook gekeken worden waar een oplossing te vinden is.

2.5       Leren leren

i682 Door de inzet van ICT in het onderwijs kan het "leren leren" en de metacognitieve ontwikkeling worden bevorderd. Dit wordt onder andere gedaan doordat leerprocessen zichtbaar worden gemaakt en er onderling feedback geven kan worden op het leren. Ook is het mogelijk dat leerkrachten en externe experts feedback geven op de producten van de lerende of een tijdige bijsturing geven aan het proces.

Computers of tablet zijn op verschillende manieren in het onderwijs ingezet om de leerprestaties te verbeteren. Uit een overzichtsstudie van Kulik en Cohen blijkt dat er in het algemeen een positief effect is waar te nemen bij leren met de computer of tablet. In eerste instantie werd de computer of tablet in het onderwijs gebruikt voor oefenprogramma's met concrete leerdoelen; drill en practice. De meeste winst die hiermee werd behaald is tijdwinst. Uit latere onderzoeken is gebleken dat bij het gebruik van ICT er een hogere motivatie was en een afname van instructietijd.

2.6       Competenties centraal stellen

i682 Steeds vaker wordt er in het onderwijs gebruik gemaakt van het competentiegericht leren. Een belangrijk onderdeel van het competentiegericht leren is het verzamelen van een portfolio. Met behulp van ICT wordt het mogelijk om een gestructureerde portfolio aan te maken waarbij het mogelijk is om bewijsmateriaal te tonen aan anderen zoals leerkrachten, externe experts maar ook mede-lerenden. Hiermee wordt het ook mogelijk om feedback direct op een portfolio of onderdeel ervan te kunnen geven door verschillende personen.

2.7       Flexibiliteit

i682 Dankzij gebruik van ICT kunnen de lerenden meer plaats- en tijdsonafhankelijk leren. Niet iedereen is in staat om op dezelfde manier in dezelfde tijd te leren. Een ander belangrijk punt van meer flexibiliteit is dat het mogelijk wordt een groep lerenden meer te sturen en te begeleiden dan een andere groep lerenden.

In een klaslokaal is het minder goed mogelijk om verschillende vormen van sturing te geven. Via een elektronische leeromgeving is dit eenvoudiger toe te passen.

Met behulp van ICT zijn lerenden beter in staat om:

  • plaatsonafhankelijk te leren;
    Er hoeft geen reden te zijn om in één gebouw te zitten. De communicatie, of een deel hiervan, kan gedaan worden via de computer. Hierdoor wordt het eenvoudiger om met elkaar te kunnen overleggen.
  • tijdsonafhankelijk te leren;
    Leren wanneer jij het wil. Hiermee leren de lerenden tevens ook het zelf plannen van hun eigen werkzaamheden. De lerenden zijn niet meer afhankelijk van het sluiten van een gebouw voor het laten plaats vinden van overleg of het stellen van vragen aan elkaar of de leerkracht.
  • differentiatie van leerstijl;
    Niet iedereen leert op de zelfde manier. Met behulp van het digitaal aanbieden van de leerstof kan er op een eenvoudigere wijze rekening gehouden worden met verschillende leerstijlen. Dit vereist echter wel een omslag vanuit het standpunt van de leerkracht. De leertekst met bijbehorende vragen vanuit het leerboek op een website zetten is hierbij niet voldoende.
  • differentiatie van leertempo;
    Niet iedere lerende leert in het zelfde tempo. De ene persoon leest sneller dan de andere terwijl een andere persoon misschien sneller een vraag kan formuleren. Binnen een lesuur is de tijd afgebakend die voor een bepaald aantal opdrachten staan. Er zijn dan leerlingen die klaar zijn maar ook die nog lang niet klaar zijn. Door het gebruik van een goede digitale didactiek kunnen er problemen worden voorkomen en leerlingen vastlopen op punten en daardoor niet meer verder kunnen tot de volgende les. Op zulke moment zou er gebruik gemaakt kunnen worden van digitale communicatiemiddelen welke besproken worden in het hoofdstuk “Meerwaarde van digitale didactiek”. Ook wordt hiermee meer rekening gehouden met de verschillende leerniveaus van de verschillende lerenden.
  • differentiatie van leerniveau (ook wel leerstatus genoemd, red.);
    Het niveau van de lerende ligt niet allemaal op dezelfde hoogte. Lerenden die al verder zijn in het leerniveau van een bepaalde stof kunnen in reguliere lessen niet genoeg geprikkeld worden om te leren. Door ze een snellere doorloop van de stof te geven zouden deze lerenden zich dieper in de stof kunnen bekwamen waardoor ze geprikkeld blijven om te leren.
  • differentiatie van sturing.
    De Utrechtse hoogleraar Simons onderscheidt nog een andere vorm van flexibiliteit, namelijk de variatie in sturing van de lerenden. Niet iedere lerende heeft deze hoeveelheid sturing nodig. Globaal kan er onderscheidt gemaakt worden in drie verschillende gradaties van sturing van de lerenden:
  1. losse sturing;
    De lerenden geven zelf hun eigen leerweg vorm om de gedefinieerde competenties te realiseren.
  2. gedeelde sturing;
    De lerenden bepalen gezamenlijk met de begeleiders hoe het leren plaats vindt aan de hand van de gedefinieerde competenties.
  3. strakke sturing.
    De begeleiders bepalen hoe het leerprogramma eruit ziet om de gedefinieerde competenties te realiseren. Hierbij heeft de leerling weinig inbreng in de weg naar het einddoel vorm te kunnen geven.

Deze verschillende gradaties van sturing kunnen per lerende er anders uitzien. Sommige lerenden hebben meer sturing nodig dan andere lerenden. Binnen het project “gericht onderwijs” is hier al voor een deel sprake. Bij het tussentijds bespreken van de werkzaamheden bij projecten heeft de ene projectgroep meer sturing nodig dan een andere projectgroep. Echter de sturing van de lerenden kan ook worden toegepast op andere vormen van didactiek waarmee ze kennis en vaardigheden verwerven.

BRON: http://biodesk.nl/project_biodesk/wat_is_digitale_didactiek.php

 

| Copyright ┬ę 2017 Lucien Hermans | All Rights Reserved |