ICT-integratie in het basisonderwijs


Differentiatiemodellen

Het volgende overzicht is gebaseerd op de tekst van Eric Bakkers, navormer van het CEGO, Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.


A. Homogene groepjes

- om planmatig om te gaan met verschillen kan je leerlingen onderbrengen in homogene subgroepjes.
- er is minder druk, leerlingen voelen zich blijkbaar beter.
MAAR:
- een homogeen-zwakkere groep geeft weinig uitdaging.
- er wordt minder 'van elkaar' geleerd.
- zelfwaardegevoel neemt eerder af dan dat het stijgt.

B. Basis Extra

Een gemeenschappelijke (korte) instructie wordt opgevolgd door verschillende inoefentrajecten.
- BASIS: inoefenen van de basisleerstof uit de instructie.
- EXTRA 1: inoefenen met differentiatie naar lager tempo en extra (her)instructie of
- EXTRA-2: inoefening met differentiatie naar meer oefeningen (verbreding) en extra leerstof (verdieping)

Kritische reflecties:
- handboek centraal - klassikaal gebeuren met beperkte uitvalswegen
- evaluatie is problematisch
- erg arbeidsintensief
- wat verstaan we onder verbredingsleerstof? Nog méér van hetzelfde?
- Wat verstaan we onder verdiepingsleerstof? Zelfde inhoud maar op een ander niveau/wijze aangeboden of een trapje moeilijker (geraak je dan niet op het terrein van de collega na jou?)
- in handboeken zelf gebeurt deze differentiatie vaak niet erg doordacht. Bekijk ze maar eens kritisch!
- wil je toch op deze wijze differentiëren kan je: de klemtoon leggen op de manier van beheersen van de leerstof, niet op de inhouden zelf.


C. Zelfstandig werken

In dit model ligt er veel klemtoon op vaardigheden en gaan de leerlingen op eigen niveau aan de slag.
Mogelijkheden:
- is een 'haalbare' vorm voor leerlingen én leerkracht.
- leerkracht als begeleider van leerprocessen (leeromgevingen binnen het klaslokaal).

Kritische reflecties:
- moeilijke balans: zelfstandig werken instructiemodel
- zelfstandig werken wordt vaak te individueel opgevat (ieder op zijn tempo aan zijn taken)
- te weinig klemtoon op kennis! Een competentie is immers de synthese van kennis en vaardigheden!

 

D. Differentiatiemodel P&R

Wanneer moeten we onze aanpak veranderen?
Wanneer moeten we leerlingen 'iets anders' aanbieden?
Wat moeten we hen aanbieden?

 

STAP 1: voorwaarden/beginschets
- breed observeren: alle mogelijke aspecten meenemen, niet baseren op één toets.
- reacties van het kind op het aanbod waarnemen.
- zelfvertrouwen van het kind steeds hoog houden: groeikansen scheppen, geloof in zichzelf bevorderen.

 

STAP 2.1: differentiëren op niveau van de extra zorg
Zorgkinderen beter bij het klasgebeuren trachten te betrekken door het aanbod nauwkeuriger af te stemmen op de onderwijsbehoeft van de leerling of een groep leerlingen (maatwerk). De leerkracht gaat gericht en specifiek hulp bieden door het hanteren van meer gerichte differentiatievormen

- verlengen van de instructie: extra instructietijd na een herhalingstoets, terwijl de andere leerlingen werken aan verrijkings- of uitbreidingsopdrachten.
- werken aan kerndoelen: bij risicoleerlingen focussen we meer op de basisdoelen. Ze krijgen meer tijd en ruimte om de basis te beheersen. Meer begaafde leerlingen verdiepen zich in de aanvullende verdiepingsdoelen (complexere toepassingen, open vragen bij lezen,...)

 

STAP 2.2: differentiëren op niveau van de activiteiten en opdrachten
- interesse: sluit de taak aan bij de interesse van het kind? Iedereen willen bereiken of juist dié kinderen ermee willen bereiken.
- open taken: de uitkomst of het antwoord ligt niet op voorhand vast. Ze kunnen hun eigen oplossingweg bedenken of een eigen, creatieve invulling.
- hulp & ondersteuning: kinderen mogen beroep doen op extra hulp en ondersteuning (medeleerling, leerkracht, taakleerkracht, zorgbegeleider,...)
- extra informatie: een stappenplan voor Joris, een oplossingschema voor Els, handboek mogen gebruiken, onthoud/opzoekboekje bij de methode,...
- ondersteunend materiaal: concreet, visueel materiaal aanbieden om de overgang naar het abstract denken te vergemakkelijken.
- inkorten / uitbreiden: de lengte van een taak zinvol bekijken. Uitbreiden naar verdieping of gewoon herhaling. inkorten naar essentie - genoeg is genoeg?
- moeilijkheidsgraden: moeilijksgraden inbouwen, kernleerstof / uitbreiding / ... geef het onderscheid zichtbaar aan. Opgepast: pas op met te moeilijk of te makkelijk!
- individuele leerlijn of curriculumdifferentiatie: individueel stappenplan voor een bepaald kind - op lange termijn - over het jaarklassensysteem heen. Eerst bepalen waar het kind zich situeert op diverse leerontwikkelingsgebieden. Van daaruit vertrekken en verder bouwen.
- extra tijd: mogen tragere kinderen langer werken aan taken? Ook tijdens toetsen? Voorzie je die extra tijd ook tijdens andere werkmomenten?
- activiteit: bevat de opdracht voldoende denk- en doeactiviteiten? Is ze niet teveel beperkt tot luisteren, lezen en schrijven? Kan je varianten inbrengen?
- voldoende keuze: is het aanbod ruim genoeg? Kunnen er individuele keuzes gemaakt worden? Gebruik je meerdere differentiatievormen door elkaar?

 

Basisvoorwaarden DIFFERENTIATIE

 

1. Zelfstandig werken: met een minimale uitleg aan de slag kunnen gaan zonder hulp of aansporing (intrinsieke motivatie). De opdracht moet zelfstandig werken ook mogelijk maken door een goede opbouw. Pictogrammen kunnen hierbij al helpen.
2. Zelfcorrectie: een systeem van zelfcorrectie (correctiesleutels of zelfcontrolerende taken/oefeningen op pc) door de leerling, die ook in staat is deze toe te passen, vergemakkelijkt het differentiëren. Maak gebruik van sluitende afspraken. Sporadische controle blijft noodzakelijk.
3. Systemathische opbouw: de differentiatietaak of verbredingsleerstof dient een systemathische opbouw te hebben. Losse blaadjes zonder 'verleden' (= geen verband met vroegere leerstof) of toekomst (= een vervolg ontbreekt) zijn uit den boze. Zij getuigen van het ontbreken van het planmatige in de differentiatie.
4. Voldoende tijdsinvestering door de leerling: de verbredingstaken moeten voldoende uitdaging bezitten en van de leerling een echte inspanning vergen.
5. Behoorlijk niveau van technisch en begrijpend lezen: opdat leerlingen zelfstandig kunnen werken is een behoorlijk leesniveau noodzakelijk. Een opdracht moet men zelfstandig kunnen lezen, begrijpen en uitvoeren.

 


 

| Copyright ┬ę 2017 Lucien Hermans | All Rights Reserved |