ICT-integratie in het basisonderwijs



4. Individualiserende werkvormen

Wat: het programma wordt in kleinere eenheden opgesplitst (= units, modules, zelfstudiepakketten…) en duidelijke doelstellingen worden geformuleerd (leerling moet exact weten wat van hem verwacht wordt).

4.1 (Begeleid) Zelfstandig Leren

Wat/hoe? Leren via gedeelde sturing; rol van de leerling: zelf werken, zelfstandig werken en zelfstandig leren; rol van de leerkracht: coach. In de instructie worden de opdracht en de doelstellingen toegelicht, wordt het materiaal en de hulpmiddelen omschreven; de leerling voert de opdracht stapsgewijs en in deelopdrachten uit en heeft nadien ruimte om product en proces te evalueren.

4.2 Labopracticum

Wat/hoe? Alle leerlingen voeren (individueel of in groep) een praktische activiteit uit (bv. een proef), met als doel iets te illustreren of te onderzoeken of te oefenen.

4.3 Zelfstudiepakket

Wat/hoe? Een individueel door te lopen programma; de leerling voert een aantal geordende studietaken uit die behoren tot een onderdeel van dat programma. De leerling gaat zelf zijn vorderingen na door het uitvoeren van de toetsen die in het pakket zitten. De eindtoets wordt door de leerkracht op het gepaste ogenblik beschikbaar gesteld.

4.4 Contractwerk

Wat/hoe? Individuele leerling moet op basis van een ‘contract’ een aantal opdrachten binnen een formeel bepaalde periode afwerken. De leerling kan tijdens de contractwerktijd zelf beslissen over de duur en de volgorde van verwerking van de opdrachten.
Positief? Differentiatie


5. Strategieën (hier niet toegelicht)

5.1    Beheersingsleren

5.2    Projectmethode

5.3    Excursie

5.4    Huistaken

5.5    Praktijkleren

| Copyright ┬ę 2017 Lucien Hermans | All Rights Reserved |